Skip to main content
Home » 50+ » Alex Agnew: “Een midlifecrisis heb ik niet meer. Die had ik al op mijn 45ste”
50+

Alex Agnew: “Een midlifecrisis heb ik niet meer. Die had ik al op mijn 45ste”

Alex Agnew wordt 50 jaar.

Alex Agnew loopt een halve eeuw rond op deze aardbol. En dus maakt hij voor ons zijn persoonlijke balans op. “Natuurlijk ben ik veranderd sinds mijn jonge jaren. Ik relativeer meer, kies andere prioriteiten. En ik ga boksen, want meer en meer legt mijn lichaam zijn grenzen op”, glimlacht hij.

Foto’s: Kris Van Exel.

Op 22 december word je 50. Hoe voel je je daarbij?

“Vijftig worden is een mijlpaal. Je kan jezelf niet meer wijsmaken dat je bij de jeugd hoort. Een midlifecrisis heb ik niet meer. Die had ik al op mijn 45ste (lacht). ‘Wat moet ik nog realiseren?’, dacht ik. Heel wat zaken op mijn bucketlist waren afgevinkt: een muziekband oprichten, goed zijn in stand-upcomedy, voor een volle zaal optreden,… Ik ben dankbaar dat ik heb kunnen doen wat ik wilde doen, maar wat moest er dan nog volgen? Samen met Andries Beckers ben ik in die periode met de podcast Welcome to the AA gestart. Dat geeft me nieuwe energie: langere interviews afnemen met interessante mensen, vaak vrienden. Al blijft optreden als comedian ook een van mijn favoriete dingen natuurlijk.”

Je toert met je show Wake me up when it’s over door Vlaanderen. Komt je leeftijd erin aan bod?

“Natuurlijk, want mijn show is altijd een momentopname van de levensfase waarin ik zit. Mijn vijftigste verjaardag en de manier waarop ik in het leven sta, worden zeker vermeld. Zo vertel ik dat ik blijkbaar minder progressief ben dan ik dacht. Vroeger kon ik me nog identificeren met de millennials, maar nu voel ik voor het eerst een duidelijke generatiekloof tussen mezelf en de huidige twintigers. Ben ik echt een oude boomer geworden die andere meningen heeft dan de Gen-Z-generatie? Dat is een nieuwe situatie waar ik moet mee leren omgaan.”

Heb je een hoogtepunt waar je graag naar terugkijkt?

“Dat zijn zonder meer mijn optredens in het Sportpaleis. Een stand-upcomedian die twaalf avonden zo veel mensen bij elkaar kon brengen, dat was ongezien. De eerste optredens brachten 12.500 mensen per voorstelling op de been, later werden dat er 15.000. Ik weet nog dat Jan Van Esbroeck, eigenaar van het Sportpaleis, me na de eerste show zei: ‘Proficiat Alex, je hebt geschiedenis geschreven’. Dat ontroerde me. Een ander hoogtepunt is mijn winst op het Leids Cabaretfestival in 2003. Die prijs was het startpunt van mijn carrière, al ben ik pas op mijn 28ste comedian geworden. Daarvoor had ik al verschillende jobs gedaan, tot ik geen excuses meer vond om niet op een podium te gaan staan. ‘Wat is het ergste dat me kan overkomen?’, dacht ik. En gelukkig heb ik zo mijn richting gevonden.”

Vroeger kon ik me nog identificeren met de millennials, maar nu voel ik voor het eerst een duidelijke generatiekloof tussen mezelf en de huidige twintigers.

Voel je fysiek dat je ouder aan het worden bent?

“Absoluut. Ik stel andere prioriteiten. Zo kies ik er bewust voor om mijn optredens wat meer te spreiden. Vijf voorstellingen per week hoeft niet meer, twee tot drie per week is voldoende. Optreden vraagt fysiek veel van mijn lichaam, en dat legt steeds meer zijn grenzen op. Om het in vorm te houden, ga ik sporten. Ik ga twee keer per week boksen. Ik heb ook de aanleg om snel dikker te worden. De kilo’s gaan er sinds mijn dertigste steeds moeilijker af. Niet evident, als je een bourgondiër bent zoals ik. Ik kan twee kilogram bijkomen in een weekend, maar heb dan twee maanden nodig om die weer kwijt te raken (lacht). Een erfenis van mijn ouders waar ik weinig aan kan doen.”

Begin je met het ouder worden meer op je ouders te lijken of sta je ver van hen af?

“Ik lijk fysiek op mijn vader. Dat is onvermijdelijk. Tegelijk hebben we overeenkomsten qua karakter: ik ben even ongeduldig en kan snel een kort lontje hebben. Maar ik verschil ook op vele vlakken van hem. Zo heb ik een totaal andere relatie met mijn dochter Amy (14) dan de relatie die mijn ouders met mij hadden. We komen goed overeen en ze is vrij volwassen voor haar leeftijd, maar af en toe heeft ze een duwtje in de juiste richting nodig. Ik zoek altijd naar de juiste balans tussen vriendschap en ouderschap.”

Op mijn leeftijd word je steeds vaker geconfronteerd met de dood, maar ik wil niet de hele tijd aan de toekomst denken. Ik probeer vooral in het nu te leven.

Zitten pensioen en financiële zekerheid ergens in je achterhoofd?

“Materieel heb ik tot dusver geïnvesteerd in vastgoed, iets tastbaars. Vooral om de toekomst voor mijn vrouw en dochter veilig te stellen. Ik doe ook al jaren aan pensioensparen, zodat ik weet dat ik op mijn 65ste een spaarpot heb. Die financiële zekerheid vind ik toch wel belangrijk, want ik weet niet hoelang mijn carrière nog zal duren, hoelang het publiek me zal willen zien. Bovendien weet ik niet of ik nog tot mijn 70ste zal kunnen optreden. Heel wat vrienden, leraren of familieleden vallen ook weg, waardoor er vaker de confrontatie met de dood is. Toch wil ik niet de hele tijd aan de toekomst denken. Ik probeer vooral in het nu te leven.”

Tot slot, wat is voor jou de belangrijkste levensles tot nu geweest?

“Ik ben genuanceerder geworden, relativeer meer zaken. Ik besef dat heel wat problemen er minder toe doen dan we soms denken. We zien onszelf te vaak als het centrum van het heelal. Maar dat is niet zo. Daarom probeer ik tegenslagen wat meer te relativeren. This too shall pass (Ook dit zal voorbijgaan, red.) is niet voor niets een bron van waarheid. Wat vandaag een enorm probleem lijkt, is over twee weken vaak nog slechts een voetnoot.”


Meer informatie over de tourdata van ‘Wake me up when it’s over’ vind je op alexagnew.be.

Next article